Jan van Bergen vindt inspiratie voor zijn werk in de existentiële vraag: Wat is de legitimiteit van de mens op aarde?
In 2006 verlegt hij de focus van denken van het juridische naar filosofie. Tekenen en schilderen wordt abstract. De taal van vorm en kleur krijgt prioriteit, geïnspireerd door het boek ‘Ueber das Geistige in der Kunst’ van Wassily Kandinsky (Benteld-Verlag, Bern-Bümpliz, 1963).
Jan is geboren in 1946, de tijd van wederopbouw. Niet alleen materieel herstel heeft aandacht van zijn ouders maar ook immateriële waarden. In de opvoeding neemt kunst een belangrijke plaats in.
Op jonge leeftijd ervaart Jan dat tekenen, schilderen en muziek maken een katalysator is in het denkwerk van zijn brein, een gedachte die hij zijn hele leven vasthoudt: in goede en slechte tijden, in de tijd op het Gymnasium, de Universiteit en zijn werk als bedrijfsjurist.